Foto: Jan van der Ploeg

Met de MKI kunnen bedrijven zich beter onderscheiden op duurzaamheid

4 februari

Vertalen

Translate

Use Google to translate this website. We take no responsibility for the accuracy of the translation.

Rotterdam wil verduurzamen. Ook de milieueisen aan leveranciers van de gemeente worden daarom steeds strenger. Sinds een paar jaar zet Rotterdam hierbij de levenscyclusanalyse in. Een belangrijke kennispartner voor deze ‘LCA’ is het onafhankelijk adviesbureau NIBE. Directeur Mantijn van Leeuwen legt uit hoe het werkt en wat de voordelen zijn.

Van energiezuinige machines tot zonnepanelen en van recycling tot elektrisch transport. Elk bedrijf is op zijn eigen manier aan het verduurzamen. “Dit maakt het lastig om de duurzaamheid van producten goed te kunnen beoordelen en vergelijken”, weet Mantijn. “Ons adviesbureau is gespecialiseerd in de levenscyclusanalyse (LCA) methode, waarmee 19 belangrijke milieueffecten – zoals klimaatverandering en aantasting van de ozonlaag - gecombineerd worden tot een totaalscore. Met die totaalscore kun je producten beter met elkaar vergelijken; op meer dan alleen prijs.”

Eerlijk vergelijken

De totaalscore die uit een LCA komt wordt ook wel milieukostenindicator (MKI) genoemd. “De MKI wordt al regelmatig gebruikt in de bouwsector”, legt Mantijn uit. “Daarmee is de methodiek onder meer interessant voor gemeenten. Zij kunnen de MKI inzetten bij de inkoop van bijvoorbeeld heipalen, rioolbuizen en straatstenen. Omdat bij aanbestedingen een eerlijke vergelijking en beoordeling heel belangrijk is, vraagt het vaststellen van de rekenmethode wel om duidelijke afspraken.”

Die afspraken - ook wel product category rules genoemd – worden gemaakt in speciale sectorale commissies. “Daar vinden soms best ingewikkelde discussies plaats”, weet Mantijn. “Zelfs binnen een sector kunnen bedrijven al heel andere werkwijzen hebben. Er zijn bijvoorbeeld verschillende manieren om beton te maken. Daarnaast kunnen er discussies zijn over wat nu precies duurzaam is. Een voorbeeld hiervan is biobased grondstoffen: deskundigen zijn er nog niet over uit hoe duurzaam die zijn.”

Rotterdam al vroeg betrokken

Juist vanwege dit soort discussies, is het belangrijk dat ook inkopende partijen met de verschillende sectoren aan tafel zitten. “Rotterdam toonde zich al in een vroeg stadium heel betrokken”, weet Mantijn. “Ze denken actief mee over de product category rules en hoe de MKI kan worden verwerkt in een aanbesteding. In 2015 hebben ze dit voor het eerst gedaan in een aanbesteding voor betonnen straatstenen. Leveranciers werden niet alleen beoordeeld op prijs en kwaliteit, maar ook op duurzaamheid. De in de MKI vertaalde milieukosten werden bij de prijs opgeteld, zodat een lage MKI-score zorgde voor een aantrekkelijke aanbiedingsprijs.”

Van het Rotterdamse pionierswerk profiteren nu ook veel andere gemeenten, weet Mantijn. Hij benadrukt dat niet alleen inkopers blij zijn met de opkomst van de MKI. “Veel leveranciers willen wel investeringen doen in verduurzaming, maar willen het effect daarvan dan objectief kunnen vaststellen. De MKI maakt dat mogelijk. Dat ze door leveranciers ook eerlijk beoordeeld kunnen worden op duurzaamheid, maakt het ook beter mogelijk om investeringen terug te verdienen. Met de MKI kunnen leveranciers zich  op een objectieve manier onderscheiden op milieueffecten.”

Uiteindelijk profiteert de hele maatschappij hiervan, weet Mantijn. “Met oog op klimaatverandering en de uitputting van de aarde moet er iets gebeuren. Pas zocht ik eens uit wat nu het effect van de MKI is geweest in de sector straatstenen. Toen bleek dat de milieuprestatie van de branche als geheel met 10 procent omhoog is gegaan. De koplopers zijn zelfs wel 40 procent duurzamer gaan werken. Van windenergie tot elektrisch transport: er zijn allerlei heel effectieve investeringen gedaan.”

Grenswaarde

De MKI wordt steeds meer gemeengoed. Rotterdam zette het instrument de laatste jaren in voor vrijwel alle aanbestedingen van materialen. Van bakstenen tot lichtmasten en van rioolbuizen tot fietshekken. Mantijn: “Voor een maximaal effect is het belangrijk dat zo veel mogelijk partijen in een sector de MKI ondersteunen; zowel de leveranciers als de inkopers. Dit lukt bijvoorbeeld al heel goed in de betonsector. In het zogenaamde Betonakkoord hebben alle betrokken partijen gezamenlijk een grenswaarde ingesteld; bedrijven die daar niet aan kunnen voldoen, mogen straks niet meer meedoen aan aanbestedingen.”

Ook op Europees gebied zijn er interessante ontwikkelingen. In de Green Deal van de Europese Commissie krijgt de levenscyclusanalyse een belangrijke plek. “Het is de bedoeling dat alle landen in de EU met dezelfde methode gaan werken: de Product Environmental Footprint (PEF). De MKI wordt dan dus de PEF. Voor die PEF zullen uiteindelijk zelfs grenswaarden worden opgenomen in de wet: producten mogen dan alleen nog verkocht worden als de milieukosten onder een bepaald niveau liggen.”

Ook de consument gaat hier uiteindelijk iets van merken, weet Mantijn. “De Europese Commissie wil dat de PEF-score straks ook wordt gebruikt in de communicatie naar burgers. Daar wordt een systeem voor ontwikkeld dat je kunt vergelijken met de beoordeling van energieprestaties van bijvoorbeeld wasmachines en huizen: op elke verpakking komt een lettercode en een bijpassende kleur. Ook als consument kun je dan makkelijker duurzame keuzes maken.”